Yord
Yord
Yord Literatuur
Boekverslag maken? Informatie nodig voor je literatuurdossier? Yord biedt alles wat je wil weten over literatuur. Talloze recensies, informatie over dichters, schrijvers, poëzie en proza. Zoek op auteur of in een van de dossiers.
 
 
 
Zoeken op auteur
 
Dossiers
 
 
 
arrowYord literatuur
Literair lexicon

Literaire teksten

Links

Zoeken
Literatuur inzicht
 

Redacteur: Jaco van der Knijff

Levenslang leren leven en sterven

Een jonge man wiens leven totaal op z’n kop gaat als hij voor het eerst vader wordt. En een oude man die door dezelfde gebeurtenis zijn leven opnieuw overziet. Sjaak Verboom brengt in de novelle ”Droomkind” de thema’s van de Boekenweek en de Week van het Christelijke Boek bij elkaar.

Het schrijven van het actieboek voor de Brancheorganisatie voor het Christelijke Boeken- en Muziekvak (BCB) was een „heftig proces”, zegt Sjaak Verboom (1957) uit Apeldoorn. „Dat verdraagt niets naast zich.”

Schrijven is een spel van woorden, waarbij je een eigen werkelijkheid optrekt, aldus de schrijver. „Eigenlijk onderzoek je de verhouding tussen taal en werkelijkheid. Daarbij schep je nieuwe werkelijkheden.” Het schrijven doet iets met hem. „Je begeeft je op het terrein van het ongrijpbare. Dat is een uitputtende exercitie. Dat hoor je alle schrijvers zeggen, en mijn ervaring is niet anders.”

Eerder schreef de auteur, in het dagelijks leven fotojournalist, de romans ”Brandglas” (2003) en ”De val van de Aleph” (2005), waarin zijn reizen als fotograaf terugkomen. Voor ”Droomkind” sloot hij aan bij het thema van de Week van het Christelijke Boek: ”Toen ik een kind was - ouderen in christelijke boeken”. De BCB haakte op haar beurt weer aan bij het motto van de Boekenweek: ”Van oude menschen… De derde leeftijd en de letteren”.

Vaderschap
Kindertijd en ouderdom reiken elkaar de hand in het BCB-actieboek. Hoofdpersoon Stijn Lammers is een levenslustige, vrolijke dertiger die volop geniet van het leven. Als hij en zijn vrouw Karin hun eerste kind krijgen, wordt alles anders. Stijn is euforisch. „Hij heeft zich voortgeplant, de wereld heeft er een klein Stijntje bij. Als hij straks dood is, zal dat spartelende ventje leven!”

Stijn heeft zin in het vaderschap. Hij zal een goede vader zijn. Abel, zoals de jongen heet, moet op pianoles, en op tennis. Stijn ziet zich al op de tennisbaan staan met zijn zoon.

De geboorte van Abel heeft Stijn echter ook stilgezet bij de eindigheid van het leven. Dat blijkt als hij drie dagen na de bevalling ertussenuit knijpt en zijn oude vriend Bulgers opzoekt. Stijn vertelt zijn vriend over een ervaring die hij bij het kraambed opdeed. Toen de vroedvrouw het kind opving en omdraaide, drong zich ineens het beeld van het omdraaien van een zandloper aan hem op. „Mijn zoon was geboren, de tijd begon te lopen.”

De kwetsbaarheid van het leven dient zich in alle hevigheid aan als het ventje, amper een maand oud, hersenvliesontsteking blijkt te hebben. De euforie slaat om in wanhoop. Dit heeft Stijn niet verwacht. „Dat een kind zo kwetsbaar was en ook hem kwetsbaar zou maken, heeft hij niet voorzien.”

Een periode van angst en onzekerheid volgt. Dagelijks staan Karin en Stijn bij de couveuse waarin hun ventje ligt. Het confronteert Stijn met zichzelf, en met de vraag waar hij zijn houvast aan ontleent. Ook zijn geloof ligt op de zeef. „Als Abel sterft zal ik daarmee niet alleen een kind verliezen. Er staat meer op het spel. De hemel zal zich sluiten.”

Niet alleen Stijn is volledig van slag door de ziekte van Abel, ook Bulgers is totaal veranderd door de gebeurtenissen in het gezin van Stijn. Was Bulgers eerst een humoristische scherpe geest bij wie Stijn graag in de leer ging, nu maakt de man een geknakte indruk. De oude Bulgers blijkt door de geboorte van Abel geconfronteerd te worden met zijn eigen kind, dat hij meer dan veertig jaar geleden niet heeft willen accepteren.

Dwars door de strijd vanwege de ziekte van Abel heen -het ventje overleeft- vinden Stijn en Karin een nieuw evenwicht. Ze leren dat het echte geluk rust op een basis buiten henzelf. Ook bij de oude Bulgers komt het tot een oplossing van zijn jarenlange conflict. „Het hele leven is nodig om te leren leven en te leren sterven”, concludeert Stijn.

Zandkorrel
Verboom heeft aan zijn novelle een motto meegegeven dat hij ontleende aan een lied van de Joods-Amerikaanse popmusicus Bob Dylan. „Een fascinerende kunstenaar.” Uit diens lied ”Every Grain of Sand” citeert hij de regels: „Then onward in my journey I come to understand/ That every hair is numbered like every grain of sand.” Vrij vertaald: Onderweg kom ik tot het inzicht dat elke haar geteld is, net als elke zandkorrel.

Het lied voegde Verboom pas in een van de laatste fasen in. „Ik kwam het tegen en het paste naadloos bij de thematiek die ik beschreven heb.” Wat heeft hij met het lied willen aangeven? „Dat God onze haren alle geteld heeft, duidt aan dat Hij ons door en door kent. Het is een diep beeld dat aangeeft dat ik gekend ben.”

Intussen verwerkte Verboom in ”Droombeeld” een aantal zaken die hem bezighouden. Het tijdsbegrip bijvoorbeeld fascineert hem al lang. In zijn boek is het Bulgers die aankomt met de wijsheid van Augustinus dat de tijd een uitgestrektheid van de geest (distentio animi) is die slechts in de geest gemeten kan worden. „God heeft de tijd met de schepping gemaakt. God ziet onze werkelijkheid wel, maar Hij ziet haar niet binnen de tijd.”

Dat brengt als vanzelf bij de eindigheid en de tijdelijkheid van de mens. „We zijn hier maar even. De vraag is wat we daarmee doen. In veel gevallen verdringen we dat idee.” Opvallend is dat Stijn juist bij de geboorte van zijn eerste kind zich bewust wordt van de tijdelijkheid van het bestaan: de zandloper begon te lopen. Verboom heeft zelf vijf kinderen. Heeft hij de geboorte van zijn kinderen zelf ook zo beleefd? „Ik was destijds nog heerlijk onbevangen. Maar naarmate ik ouder word, zie ik steeds meer dat de geboorte van een kind een zaak van leven en dood is.”

Niet alleen is het leven eindig, het is ook kwetsbaar en onvolmaakt. „De vraag is hoe wij omgaan met gebrek en gebrokenheid. Iedereen wil niets liever dan zorgeloos leven. Wat Bulgers doet in het verhaal, is wat mij betreft de kern van alle zonde: dat je het kwetsbare niet wilt en weigert je verantwoordelijkheid te nemen.”

Het intrigeert Verboom dat sommige fatsoenlijke mensen, ook kerkmensen, in de confrontatie met gebrek en handicap het ineens laten afweten. „Kinderen zijn tegenwoordig je visitekaartje, waarmee je voor de dag moet kunnen komen. Mensen besluiten op een gegeven moment dat ze er nu klaar voor zijn om kinderen te nemen. Als het kind dan schele oogjes blijkt te hebben, zie je de reactie: dit was niet de bedoeling. Bizar gewoon!”

Zo’n houding heeft volgens Verboom ook geestelijke consequenties. „God woont juist bij het kwetsbare en het onooglijke. Als je je daarvoor afsluit, sluit je je ten diepste af voor God.”

Duiden
Verboom stelt in ”Droombeeld” heel wat aan de orde. Maar van een boodschap aan de lezer wil hij niet weten. „Ik praat liever niet over een boodschap. Het is niet zo dat ik de lezer ergens naartoe wil leiden. Ik kies als schrijver de karakters. Die ontwikkelen zich vervolgens bijna als vanzelf. Daarbij is het mijn overtuiging dat lezers en schrijver samen het verhaal scheppen.”

Geen boodschap dus, maar wel een taak. „Christelijke kunstenaars in het algemeen hebben de taak om te duiden; om de tijd waarin we leven, die anders is dan vijftig jaar geleden, te doorzien; en om steeds opnieuw te zoeken naar wat waarheid is. En dat roept als vanzelf de vraag op wat de laatste grond is van ons bestaan.”

„Dan mogen ze meekomen. Ze moeten speciale gele schorten aantrekken, eindeloos hun handen wassen, horloge en ringen afdoen. Er gaat weer een deur open, en dan staan ze voor een glazen kistje dat onderdeel lijkt van een reusachtig ademend, piepend en pulserend apparaat. Aan de ogen van de vrouw ziet hij dat hun kind daarin moet liggen. En dan ziet hij hem pas echt, zijn Abel, aangesloten op slangen en buisjes, zijn oogjes gesloten. Een popje, verdrinkend in een moeras.

Hij schrikt geweldig van de broosheid van zijn mannetje, zijn huid is overduidelijk zo veel kwetsbaarder dan het harde materiaal van de apparatuur. Er fladdert vaag wat beweging onder de strakgespannen huid van zijn borstkastje. Het maakt Stijn blij en angstig tegelijk.

„Kijk eens hoe hij werkt”, fluistert Karin. Ze gebaart naar het op en neer bewegende blote velletje over zijn ribben.

Dit kan niet waar zijn, denkt Stijn. We hebben hem nog maar zo kort!”

Uit: ”Droomkind”, blz. 31.

Mede n.a.v. ”Droomkind”, door Sjaak Verboom; uitg. BCB, Harderwijk/Mozaïek, Zoetermeer, 2008; ISBN 978 90 239 9262 2; 95 blz.; van 12 t/m 22 maart 2008 gratis bij besteding van € 11,50 aan boeken.