Yord
Yord
Yord Literatuur
Boekverslag maken? Informatie nodig voor je literatuurdossier? Yord biedt alles wat je wil weten over literatuur. Talloze recensies, informatie over dichters, schrijvers, poëzie en proza. Zoek op auteur of in een van de dossiers.
 
 
 
Zoeken op auteur
 
Dossiers
 
 
 
arrowYord literatuur
Literair lexicon

Literaire teksten

Links

Zoeken
Literatuur inzicht
 

Redacteur: Ir. J. Sinke

Avonturen van Hroswith in het jaar 1000

"De valse dageraad" van Jan van Aken speelt zich af rond het jaar 1000. De roman gaat over Hroswith, die op hoge leeftijd -bijna 100 jaar- zijn levensverhaal schrijft. Het eerste deel van het boek gaat over een avontuurlijke rondreis langs "de randen van Europa"; het tweede deel speelt zich af in het rijk van de Duitse keizer Otto III (983-1002).

Hroswith wordt in de buurt van Wikala, een dorp ergens midden in Nederland, geboren als zoon van een smid. In zijn jeugd leert hij lezen, wat hem tot een bevoorrecht mens maakt. Na een rel, waarbij hij bijna wordt gelyncht door de inwoners van Wikala, vluchten Hroswith en zijn vader naar het kasteel in Uplade. 

Zijn vader vindt er werk als smid. Hroswith krijgt een verhouding met Adela, een dochter van de graaf van Uplade. Dit is de aanleiding dat hij later wordt verbannen en naar Engeland vlucht. Hij wordt er gevangengenomen door Deense Vikingen die op rooftocht zijn en komt zo terecht aan het hof van koning Harald Blauwtand. 

Wanneer hij, als opdracht voor een inwijdingsrite, een kostbaar boek van Arabische handelaars ontvreemdt, wordt hij ontvoerd en langs de Oostzee en de Russische rivieren meegevoerd naar Bagdad, de woonplaats van zijn ontvoerder Abu al-Fath al Iskandari. Bagdad bereikt hij echter niet. Op reis van Kiev naar de Zwarte Zee verlaat hij, samen met een Byzantijnse slavin, het reisgezelschap. 

Na enkele jaren in Damascus gewoond te hebben, dat hij ook weer moet ontvluchten, komt Hroswith via Tarsos en Cyprus in Cordoba in Spanje terecht. Hier weet hij zich op te werken tot officier in de lijfwacht van de kalief. Hij ontmoet ook Abu weer, die nu goochelaar is. Als een optreden van Abu uit de hand loopt, vluchten Abu en Hroswith naar Frankrijk. Bij hun tocht over de Pyreneeën overlijdt Abu. Hroswith reist alleen verder, komt terug in Nederland en vestigt zich in de buurt van Tricht. 

Bibliotheken
Op de rijksdag in Nimwegen (996), waar hij Adela verdedigt in een geschil, wordt hij uitgenodigd om met het hof van keizer Otto III mee te reizen naar Rome. Na afhandeling van zijn belangen reist hij naar Rome. Daar wordt hij door de keizer en Gerbert van Aurillac, de latere paus Silvester II, gevraagd twee bibliotheken op te zetten voor alle bekende boekwerken: één in Rome en één in Aken. Hij krijgt hiervoor alle faciliteiten: monniken die kloosters en kerken afreizen op zoek naar geschikte boeken, kopiisten om werken te kopiëren, perkament en in Rome een gebouw van de curie om de bibliotheek in te richten. 

Door de terughoudende opstelling van kerken en kloosters, onder meer uit vrees voor beschadiging en diefstal, en door de politieke verwikkelingen vordert het werk erg langzaam. Het stopt zelfs als keizer Otto III sterft bij het beleg van Rome. De keizer wordt opgevolgd door Hendrik, de hertog van Beieren en Hroswith gaat terug naar de Lage Landen. Zijn levensverhaal stopt hier, rond zijn veertigste levensjaar, ondanks herhaald aandringen van Bodo, de novice die hem in het klooster verzorgt, om verder te schrijven. 

Einde der tijden
Dit debuut van Jan van Aken is boeiend en goed geschreven. Hij geeft kenmerkende opvattingen weer die in die tijd leefden: over het einde der tijden, over de komst van de antichrist enz. Desondanks vind ik de hoeveelheid en de diepgang van de historische informatie beperkt; de lezer krijgt wel een globaal beeld van die tijd. 

Het boek heeft helaas ook een aantal minpunten. In de eerste plaats is de beschrijving van sommige gebeurtenissen, zoals rooftochten, gevechten en het liefdesleven van de hoofdpersoon, vaak weinig verheffend, soms ronduit platvloers. In de tweede plaats is de hoofdpersoon niet echt sympathiek: hij is opportunistisch, egoïstisch, soms sluw en arrogant en laat een spoor van verwoesting achter zich, zeker in het eerste deel van het verhaal. 

Als derde element kan de antichristelijke ondertoon genoemd worden: in de meeste verhalen worden de geestelijken belachelijk gemaakt (met uitzondering van Gerbert of Silvester II). Dat het anders kan, bewijst bijvoorbeeld Umberto Eco in zijn roman "Baudolino", hoewel ook in dat boek wel ongepaste taal wordt gebezigd. 

Samenvattend: hoewel het boek vlot geschreven is en een boeiende periode beschrijft, vind ik het boek vanwege de minpunten zeker geen aanrader. 

"De valse dageraad", door Jan van Aken; uitg. Bert Bakker, Amsterdam, 2001; ISBN 90 351 2289 5; 536 blz.