Yord
Yord
Yord Literatuur
Boekverslag maken? Informatie nodig voor je literatuurdossier? Yord biedt alles wat je wil weten over literatuur. Talloze recensies, informatie over dichters, schrijvers, poëzie en proza. Zoek op auteur of in een van de dossiers.
 
 
 
Zoeken op auteur
 
Dossiers
 
 
 
arrowYord literatuur
Literair lexicon

Literaire teksten

Links

Zoeken
Literatuur inzicht
 

Redacteur: Els Brussť-Dekker

Bijkomen in het roze kamertje

In haar tragikomische debuut "De dag van de jas" heeft beeldend kunstenares Nelleke Zandwijk een aantal jeugdherinneringen uit de jaren zestig en zeventig vervlochten. Het plaatsje Wijvendal verwijst naar haar geboorteplaats Nijverdal en ook voor de beschrijving van het gezinsleven heeft ze uit eigen ervaringen geput. 

Het leven van Marina Vet uit Wijvendal is een aaneenschakeling van gebeurtenissen die haar zonder uitzondering tot slachtoffer maken. Het begint al bij haar geboorte. Marina wordt als eerste geboren, maar haar vader geeft haar tweelingzus Alida per vergissing als oudste aan bij de burgerlijke stand. 

Haar ouders hebben een slecht huwelijk. Haar moeder heeft nooit van haar man gehouden. Marina's vader leeft in zichzelf gekeerd, of, zoals haar moeder het zegt, vlak voor ze er met de buurman vandoor gaat: "Hij heeft een mantel van verschrikkelijkheid om zich heen."
Marina's moeder, die overigens het christendom "een vreselijk geloof" vindt, gedraagt zich als een malloot. Ze zet haar man tegenover haar kinderen voor gek, waarna de buurman op slag verliefd op haar raakt, gaat na wat sherry'tjes te veel streakend de straat op (zonder kleren, zoals wel meer mensen in de jaren zeventig plachten te doen) en vernedert Marina. Zo zet ze Marina op een dag bij het vuilnis. 

De enige keer dat ze van liefde voor Marina blijk geeft, is als die net een relatie met een agressieve Surinamer achter de rug heeft. Dan mag Marina twee maanden lang bijkomen in het roze kamertje dat haar moeder speciaal heeft ingericht voor mensen die weer tot zichzelf moeten komen. 

Het eerste vriendje van Marina was ook al niet zo'n succesnummer. Toen hij merkte dat Marina's vader hun verkering niet zo serieus nam, bood hij aan de tuin om te spitten. Hij maakte er uit wraak een puinhoop van. 

Het is daarom logisch dat Marina voor zichzelf een droomwereld opbouwt, net als haar vader, die talloze bootjes van appelhout snijdt. 
Zij ziet in gedachten beelden waarin kabouters een rol spelen die aan haar en haar vaders kant staan. 

Opvallend is dat Marina nooit aangeeft hoe zij zich voelt te midden van het geweld van het leven om haar heen. Pas als je de gebeurtenissen op je laat inwerken, kom je tot het besef dat Marina het slecht heeft getroffen. 

De kracht van dit boek zit er dan ook vooral in dat Nelleke Zandwijk door te beschrijven wat er gebeurt, indringend duidelijk maakt hoe triest het leven is van de personages. Marina's moeder lijkt dan wel de vrolijkste van het hele stel, maar zij heeft een onberedeneerbare angst voor gaatjes, waar haar vader misbruik van maakt als hij daar zin in heeft. 

Verder komt er een hele rij andere personen in het verhaal voor die nooit een toestand van aangenaam geluk bereiken. Als Nelleke Zandwijk met dit boek heeft willen aantonen dat het leven in wezen een tranendal is, is haar dat zeker gelukt. 

Of je om dat te weten te komen haar debuutroman moet lezen, is een tweede. Zo'n pretje is het niet om je via hamerende zinnen met zo nu en dan grove woorden en vloeken in onaangename situaties in te leven, die je tot de overtuiging brengen dat het leven van de personages bitter is en uitzichtloos. 

N.a.v. "De dag van de jas", door Nelleke Zandwijk; uitg. Querido, Amsterdam, 2001; ISBN 90 214 8956 2; 175 blz.; 33,50.